Een tijd geleden was ik uitgenodigd om een gastles te geven rondom het thema zelfbeeld.
De vraag kwam binnen van een docent van een klas met een aantal studenten met een laag zelfbeeld.
MBO 1e jaars studenten. Over het algemeen een doelgroep die niet heel erg hoog van de toren blaast over eigen kennen en kunnen… begrijpelijk… erfenis van een eenzijdig schoolsysteem. (Ik krijg daar hartzeer van… het is zo zonde!!)
Een boeiend onderwerp… waar veel mensen hun leven lang druk mee kunnen zijn. Psychologen, coaches en therapeuten verdienen er hun geld mee.
Een essentieel onderwerp ook.
“De manier waarop je naar jezelf kijkt, bepaalt zo’n beetje hoe je het leven bekijkt, ervaart en tegemoet treedt”
SEE
Een laag zelfbeeld ontstaat door identificatie met de vorm.
Identificatie met de vorm maakt dat je jezelf niet los kan zien van hoe je eruit ziet, hoe je je gedraagt, wat je denkt en voelt: je persoonlijkheid. Dan bén je je lijf, je gedachten en je emoties.
Onze persoonlijkheid is een zelfconcept, een zelfbeeld. Het is niet wie we zijn, maar wie we denken te zijn.
Als dit je mensbeeld is, dan heb je ontzettend veel te verliezen, te verdedigen en te verbeteren. Dan wordt het: ik tegen de rest van de wereld.
Je past je aan of je zet je af. Beide zijn het gevolg van een beperkt zelfbeeld.
Je ZELF is namelijk veel groter en creatiever dan de vorm waarin je bestaat.
Je ZELF is vormloos… IK BEN…
Als ik je vraag een ruimte binnen te komen en al je gedachten, labels, verleden en toekomstdromen buiten te laten…
Wie komt er dan binnen?
FEEL
Als je die ruimte kunt voelen, maak je contact met je essentie.
Ik ben…
Een open hart. Een ruimte waarin heelheid aanwezig is.
Iemand met een laag zelfbeeld hoef je niet te ‘helen’. Dat impliceert dat iemand kapot is. Dat klopt niet.
Mensen kunnen zich gebroken vóelen, maar dat is niet wie ze zijn.
De kracht van heelheid is al aanwezig in ieder mens.
Mijn rol is om mensen daarop te wijzen en ze te helpen dat zelf te ervaren.
Dan hoeven ze het niet meer buiten zichzelf te zoeken.
—–
Voor deze doelgroep gebruikte ik matroeska’s als visueel hulpmiddel om onderscheid te maken tussen buitenkant (gedrag), binnenkant (denken en voelen) en de kern (jeZelf).
DO
Daarnaast keek ik met de studenten naar wat energie geeft.
Ik liet ze dromen over wat ze zouden doen als alles mogelijk was.
We zochten naar de rode draad in die dromen. Dat zijn dingen die bij hun kern horen.
In eerste instantie leek het ver weg en onbereikbaar (zeker met het label ‘laag opgeleid’).
De moed zakte ze in de schoenen… totdat ze ontdekten dat ze het belangrijkste uit die dromen nu al kunnen doen.
Dat werkt als een magneet. Hoe tof is dat!